Onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat online therapie meer garantie op verbetering biedt, dan face to face gesprekken. Vooraanstaande psychothepeuten als Albert Ellis, Donald Meichenbaum en Bill O'Hanlon zijn (of waren inmiddels) van mening dat online therapie en face to face therapie uiteindelijk op hetzelfde neerkomen, en welslagen van dezelfde factoren afhangt.

In Nederland zijn diverse onderzoeken gedaan naar online therapie. Om te beginnen waren de psychologen van Interapy.nl pioniers op dit gebied. Zij boekten al snel zeer goede resultaten en hebben de weg gebaand voor vele initiatieven op dit gebied.

Het Trimbosinstituut volgde met een groot onderzoek naar de effecten op lichte depressie bij 50 plussers en publiceerde evenzeer verrassende resultaten. Ook op het gebied van alcohol- en drugsverslaving kwamen er steeds meer methoden om online, en dus vooral anoniem, hulp te verlenen.

Over online therapie is aan de Universiteit van Amsterdam een onderzoeksscriptie geschreven over de effecten van online therapie:

Effectiveness of website-based therapy Versus email-based therapy and face-to-face therapy in the treatment of depression and anxiety disorders

Samenvatting:
In de behandeling van angst- en stemmingsstoornissen scoort vooral Cognitieve Gedragstherapie (CGT). Echter, de traditionele face-to-face-manier van therapiebeoefening stamt uit een tijd vóór de opmars van internet dat voor iedereen betaalbaar en beschikbaar is geworden. Internet heeft de wereld en de manier waarop wij met elkaar communiceren drastisch veranderd. Een natuurlijk vervolg hiervan is dat therapie ook virtueel aangeboden kan worden.

De vraag is dan ook: is face-to-face-contact tussen therapeut en cliënt noodzakelijk? Markus van Alphen, student Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), onderzocht deze vraag. De probleemstelling kan worden opgesomd tot een literatuurstudie van effectgrootte van verscheidene interventies die via internet zijn toegepast op populaties met depressieve- en angstklachten op klinisch niveau.

Even effectief
Interventies die via een website worden aangeboden schijnen even effectief te zijn als interventies die face-to-face worden aangeboden. Dit betekent echter niet dat ‘alles kan’, want er zijn wel degelijk specifieke ingrediënten die zo’n een interventie effectief maken. Natuurlijk heeft de inhoud van het materiaal en ook de manier waarop het wordt gepresenteerd invloed op de effectiviteit. Maar, evenals het geval is bij common-factor onderzoek, een deel van het effect is een gevolg van het tot stand komen van de therapeutische relatie. Bij een website gebaseerde interventie komt er wel degelijk een therapeutische relatie tot stand, al zij het een ander soort relatie dan dat in een traditionele face-to-face-omgeving.

Duidelijke afbakening
Structurerende elementen zoals tijdslimieten, regelmatige herinneringen, voltooien van één module voordat er aan een volgende begonnen wordt, enzovoort, zorgen ervoor dat de materiaal van de interventie doorwerkt wordt en zijn daarom wel belangrijk. Duidelijke en afgebakende modules die afgesloten worden met vragen of huiswerkopdrachten, die vervolgens naar de therapeut gestuurd moeten worden voor evaluatie, hebben een positieve uitwerking. Vaagheid en onduidelijk afgebakende modules motiveren niet.

Medium ondergeschikt aan inhoud
Website gebaseerde interventies schijnen bij angst en stemmingsstoornissen even effectief te zijn als interventies die face-to-face zijn aangeboden. Er komt beslist een therapeutische relatie tot stand, al is deze van een andere aard dan bij face-to-face interventies. De hoeveelheid én de aard van het contact met de therapeut hebben een directe invloed op de effectgrootte. Het medium waarmee er tussen therapeut en cliënt gecommuniceerd wordt, is ondergeschikt aan de inhoud van de communicatie. Structurerende elementen hebben een positieve invloed op de effectgrootte.
Kijk voor verdere onderzoeksresultaten ook op de site van het Trimbosinstituut en bij Interapy Nederland.